|
Er ontstaat in Nederland een overzichtelijk aanbod aan fietsroutes, gevormd door de landelijke fietsroutestructuur (het LF-net) en diverse aansluitende regionale routenetwerken (knooppuntnetwerken). Voor het LF-net is de hoofddoelgroep de lange-afstandfietser/fietsvakantieganger, voor de regionale knooppuntnetwerken zijn dit de dagtochtenfietsers. Ontwikkeling en beheer van het landelijk netwerk is de verantwoordelijkheid van het Landelijk Fietsplatform. De regionale netwerken zijn of worden ontwikkeld onder de verantwoordelijkheid van regionale instanties (provincies, gewesten), met daarbij een adviserende rol voor het Fietsplatform.
Het netwerk LF-routes is in de basis ontwikkeld: 4500 km aansluitende routes die alle delen van het land met elkaar verbinden. De routes worden goed gebruikt, met name voor fietsvakanties (2008: 460.000 fietsvakanties). Het Fietsplatform streeft naar kwaliteitsbewaking van het netwerk en waar nodig kwaliteitsverbetering. De LF-routes worden daarvoor regelmatig tegen het licht gehouden en gereconstrueerd. Inzet daarbij is om te komen tot volledige afstemming van het landelijke netwerk en de verschillende regionale netwerken, zowel wat betreft tracering als bewegwijzering. Gestreefd wordt ook naar verdere productontwikkeling en promotie, op basis van het samenhangende aanbod van fietsroutes.
Klik hier voor het netwerkkaartje LF-routes
Reconstructie LF-routes De voorbereidingen voor de reconstructie van de LF12 Maas- en Vestingroute en de LF11 Prinsenroute zijn in volle gang. De opdracht voor de reconstructie in het veld is verstrekt. Als de bewegwijzering klaar is, zal deze volledig synchroon lopen met die van de knooppuntroutes. Dat wil zeggen dat de borden steeds aan dezelfde palen bevestigd zijn als de knooppuntborden. Het Fietsplatform verwacht dat het veldwerk begin mei 2010 afgerond is. Ook is de opdracht verstrekt om de LF13 Schelde-Rheinroute in de provincie Zeeland volledig te synchroniseren met de bewegwijzering van de knooppuntroutes. Opdracht is daarnaast om alle borden digitaal in te meten zodat het bewegwijzeringsbestek kan worden opgenomen in het Geografisch Informatie Systeem (GIS) van het Fietsplatform.
Actualisatie lijst knelpunten LF-routes Vrijwilligers van het Fietsplatform hebben afgelopen zomer het gehele LF-netwerk nagefietst en geïnventariseerd welke infrastructurele knelpunten in het veld aanwezig zijn. Daarbij is gekeken welke van de knelpunten uit de lijst van 2005 nog actueel zijn, welke zijn vervallen en welke knelpunten er zijn bijgekomen. Dit laatste is met name het geval op nieuwe trajecten. De resultaten van deze meting zijn in GIS verwerkt. Deze levert het Fietsplatform uit aan alle provincies. Het is vervolgens aan hen om de knelpunten op te lossen.
Routenetwerken in GIS Het Fietsplatform streeft naar een landsdekkend digitaal bestand met daarin zowel het LF-routenetwerk als de regionale fietsroutenetwerken. Dit helpt onder meer om maatregelen die barrières veroorzaken te beoordelen. Al veel tracés en knooppuntnummers van regionale netwerken zijn ingevoerd in GIS. Dit kon dankzij de positieve samenwerking met regio's die ook het belang inzien van het samenbrengen van de route-informatie. De volgende stap is het actueel houden van de informatie en dus het doorvoeren van wijzigingen in het veld in de digitale bestanden. Slechts enkele regio's hebben afspraken gemaakt over het actueel houden van de digitale informatie. Daar zit nu nog een vacuüm, met veroudering en daarmee onbruikbaar worden van bestanden als gevaar.
Advies knooppuntnetwerken; de (knoop)puntjes op de i De afgelopen jaren is voor de recreatieve fietser in Nederland in een hoog tempo een groot aantal fiets-knooppuntnetwerken ontwikkeld. Naar verwachting zal eind 2010 sprake zijn van een compleet landsdekkend aanbod. De netwerken voorzien in een grote behoefte, er wordt massaal gebruik van gemaakt – met name voor dagtochten. De uitvoering van de (ruim 40!) netwerken is in de basis in nagenoeg alle regio’s gelijk. Deze uniformiteit is door het Fietsplatform vanuit zijn landelijke optiek ook altijd bepleit. Het in 2005 uitgebrachte adviesrapport 'Regionale fietsroutenetwerken' heeft in dit verband zijn dienst bewezen.
Het is nu zaak om - in het belang van de recreatieve fietser – de puntjes op de i te zetten. Het Fietsplatform organiseerde hiervoor op 8 oktober jl. in Amersfoort een goedbezochte werkbijeenkomst. Ongeveer veertig betrokkenen – provincies, regio’s en uitvoeringsorganisaties – spraken met elkaar over de nazorg en promotie van de netwerken, ingeleid door presentaties van het Fietsplatform. Wat kan/moet worden verbeterd, bijvoorbeeld in de onderlinge aansluiting van de netwerken? Hoe moet dit worden georganiseerd? Hoe is de nazorg geregeld – wie doet waar wat? Hoe komen opmerkingen van fietsers op de juiste plek? Welke kansen liggen er op het gebied van verdere productontwikkeling en promotie? Wat kunnen regio’s van elkaar leren? Komende voorjaar komt het Fietsplatform met aanbevelingen ten aanzien van deze vragen. Het zal een nieuwe publicatie (adviesnotitie) presenteren.
|